End of story

Onlangs kwam mijn lieve zus even boven bij me om een ovenschaal af te geven. ‘Ik heb al je blogjes met plezier gelezen,’ zei ze bij de deur, ‘maar die laatste, die is bij ons rondgegaan, daar wilden we het nog met je over hebben.’ Daar sta je dan: de schrijver die aanklaagt als aangeklaagde, de ovenschaal klaar om in de oven geschoven te worden, met het zwaard van Damocles boven je hoofd, en toch een beetje in je ijdelheid gestreeld omdat mensen, ook al komen ze uit je omgeving, zich iets aantrekken van wat je schrijft, al is plezier natuurlijk beter. ‘Het is zo zonde dat het daar eindigt,’ en ze pakte haar telefoon erbij, ‘en dan met zo'n doodshoofd.’ Ze liet me het Mexicaanse masker zien. Ik houd van doodshoofden en maskers, ook van Mexico, al ben ik er nooit geweest, maar die smaak is niet universeel. Ik verdedigde me door te zeggen dat ik met een hart in mijn handen aankwam en dat sommigen het pakten, op de grond gooiden en vertrapten. Dat is me al zo vaak overkomen, door het liefdesobject, maar dit was toch weer anders. Ik kon niet anders dan terugslaan.

De natuur verlangt dat de aangeklaagde weer aanklager wordt, und so weiter. Voilà: iets waar sommige geliefden jaren, ja hun hele leven mee vullen. Waarom is het moeilijker om die cirkel te doorbreken dan je in slijk te blijven wentelen? Doorgaans is de man het probleem, het moet gezegd. De pik. Alleen de liefde is de dolk die een einde aan dat verhaal kan maken, beter gezegd de schoffel, met wortel en tak kan het kwaad worden uitgeroeid – ik denk in termen van schoffels want momenteel werk ik aan de bundel die mijn eerste meesterwerk moet worden, De groenvoorziening. God, laat mij, doorgaans distel, toch een schoffel zijn, dat wil zeggen aanklager noch aangeklaagde, maar opruimer. Laat het verhaal hier eindigen, end of story. De buitengewoon lekkere ovenschaal van mijn zus verzoende mij met alles en iedereen, in heden en verleden. Ook met Adolf Hitler? Vooruit, die ook. Ja, liefde gaat soms écht door de maag. De Oude Slang, die overal de kop opsteekt, niet in de laatste plaats in mezelf, híj is het die wel moet worden vertrapt.

Over opruimen gesproken, onlangs kocht ik De klik, een briefwisseling tussen Nelleke Noordervliet en Nina Polak. Op het omslag wordt beloofd dat ze naar aanleiding van B&B Vol Liefde, een guilty pleasure van hen – net als van mij, al voel ik me helemaal niet guilty – het gaan hebben over onder andere romantische liefde, taal, (auto)fictie, leven en schrijven. Jammergenoeg gaat het nagenoeg niet over het televisieprogramma. We kunnen er kort over zijn: aan Noordervliet en Polak zijn psychologen noch cultuurfilosofen noch taalkunstenaars verloren gegaan. ‘Je brief doet me inzien dat het [wat ik wil van literatuur – JvdS] iets te maken heeft met licht laten schijnen op wat donker is,’ schrijft Polak in een van de betere zinnen. ‘Het heden verdragen met ogen open.’ Wat een vlammend inzicht opeens: het kwaad (?) belichten, het heden verdragen, het lijkt zo authentiek, net echt, net zo echt als de romantische komedies die Polak zegt te verslinden. Nee, wie wil weten wat vruchtbare bodem is voor de ontlezing, of de mest zeg maar, kan terecht in deze piepkleine briefwisseling tussen de winnaars van de Gouden Ganzenveer. In haar slotbrief citeert Polak aan het einde Arnon Grunberg, die zichzelf bij een prijsuitreiking een ‘nihilist’ noemde die ‘niet echt’ in onder andere de liefde gelooft. Niet echt: en passant het gros van de (Nederlandse) literatuur samengevat. Moeten wij, laatste romantici, dan geloven? Met ogen open of gesloten, nihilist of niet. Oprecht. Staat opgeruimd dan niet netjes?


Reacties

Populaire posts van deze blog

Mazzel tov

Macht

Lapland