De Vliegende Hollander

Nu de storm over het land en dus ook om mijn huis raast, moet ik denken aan afgelopen zaterdag toen ik in Terneuzen het woonhuis van Willem van der Decken, de kapitein van VOC-schip 'De Vliegende Hollander', zag. Het stond overigens te huur. Ondanks waarschuwingen van zijn vrouw aan het begin van de reis naar Batavia en smeekbedes van zijn bemanning bij Kaap de Goede Hoop wilde hij niet van wijken weten. Hij werd zo kwaad dat hij de stuurman overboord gooide en riep dat hij zou doorvaren, al was het tot het Laatste Oordeel. Volgens het bordje bij het huis dan, de vervloeking werd achterwege gelaten en ook dat het schip in de macht van de duivel kwam, wellicht om niemand af te schrikken, vanwege geloofsovertuigingen of een combinatie daarvan. De kapitein moest eeuwig blijven rondvaren, als een Wandelende Jood, met bloedrode zeilen tegen de wind in boven het water, zo wil de sage. Tot in de jaren negentig zijn getuigenissen van een ontmoeting met het spookschip genoteerd. Dit alles volgens Wikipedia, een andere bron meldt dat er sprake van is dat de kapitein als een soort Faust zijn ziel aan de duivel verkoopt om rond Kaap de Goede Hoop te kunnen varen. Een prachtig verhaal. Hoogmoed, ambitie en verdoemenis, een christelijke versie van de Icarus-mythe in feite, sterker nog, het lijkt me een variatie op de zondeval, die onder anderen Coleridge, Heine, Slauerhoff, Marsman en Reve inspireerde. Richard Wagner, die in 1839 op een zeereis van Riga naar Londen in een zware storm was terechtgekomen, componeerde de beroemde opera. Hij probeerde de invloed van Heine en zijn Aus den Memoiren des Herren von Schabelewopski te verdoezelen en zelfs te vervormen als zou Heine de stof hebben ontleend aan een Nederlands toneelstuk. Ironisch in het kader van ambitie. 

'Ik haat strebers,' zei een vriend onlangs tegen me, ik weet niet meer in welk verband, maar we moeten onszelf de vraag de stellen: waarvoor zouden wij onze ziel verkopen, beter gezegd waarvoor hébben wij onze ziel verkocht? In Andere Tijden Sport was eind vorige maand een mooie documentaire te zien over de eerste Nederlandse skischansspringer, Gerrit Jan Konijnenberg, die elk vrij moment naar de wintersportgebieden reed. Leuke man, hij was uitgenodigd door de Spelen in Calgary, maar moest wel zijn eigen kaartje betalen. Hij mocht niet meedoen, zijn grootste droom, het was hem alleen vergund de schans in te rijden om hem springklaar te maken, niet ongevaarlijk. Hij was bevriend met de Britse Eddie the Eagle, een andere vreemde eend in de bijt, en een man, niet in de laatste plaats vanwege zijn gezicht een komisch natuurtalent. Bij kampioenschappen werden ze met de nek aangekeken, want ze kwamen niet ver en maakten de sport belachelijk, aldus een Oostenrijker, maar ze hadden de grootste lol en Eddie the Eagle werd zelfs een held, een superster. En er was het Jamaicaanse bobsleeteam, dat werd geïnterviewd voor de Spelen in Peking. Ze waren een paar maanden ervoor begonnen met trainen. 'Is dat normaal?' vroeg de interviewer. Ze lachten goedmoedig spottend en zeiden: 'Op Jamaica wel.' Op de middelbare school, herinner ik me, was er een groepje dat altijd wilde winnen en daarom stelde ik met mijn groepje vrienden, de nerds zogezegd, een team samen dat koste wat kost wilde verliezen. Soms wonnen we per ongeluk ook nog. In feite het wezen van, laten we binnen het kader van De Vliegende Hollander blijven, het christendom: verliezen en toch winnen. De duivel als slechte verliezer, poor devil, die bij uitstek de triomf voelt naderen als de schepen der hoogmoed menen af te koersen op winst. De vaarweg kan een oogwenk zijn.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein