Gisteravond zag ik Madres paralelas, de nieuwe Almodóvar, niet zozeer over moederschap als wel de voortzetting van leven na de dood, oorlog, in dit geval de Spaanse Burgeroorlog. De bloedband met de voorouders, die intenser is dankzij de slachtpartijen, en de behoefte aan iets tastbaars van de verdwenen familieleden, een plek, de botten, opdat het verleden niet blijft rondspoken. De film eindigt met een citaat van de Uruguayaan Eduardo Galeano, schrijver van De open wonden van Latijns-Amerika, dat een zwijgende geschiedenis niet bestaat, zij laat zich niet de mond snoeren. De film zelf toont dat de geschiedenis letterlijk en figuurlijk begraven moet worden opdat zij als zaad dient voor de bloei van nieuw leven. Daarvoor moet de geschiedenis, die verteld en geschreven wordt door de levenden, eerst haar mond hebben opengedaan, kúnnen opendoen. De tragiek is dat de geschiedenis dan al voorbij, in wezen dood is, maar het vertellen houdt het levend, zoals de joden ervan uitgaan dat door een naam van een overledene te noemen deze persoon voortleeft. Vermoedelijk ook de reden van vernoeming. Kortom, geschiedenis is zowel begraven als levend houden, ermee leren leven. Leven en dood liggen zo dicht bij elkaar dat als je goed kijkt je het verschil niet meer ziet.


(afgelopen zaterdag in Maasdam, het kerkhof tussen onze tuin en de kerk - kind aan huis bij de dood).

Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein