Blauwbaard

Kun je het volkse hoogachten zonder in fascime te vervallen? Ja, dat kan. Zie Béla Bartók (1881-1945), die vanaf zijn vierentwingtigste volksliederen ging verzamelen in Hongarije, Roemenië en omstreken (het toenmalige Oostenrijk-Hongarije), waarover hij zei: ‘Het waren de gelukkigste dagen uit mijn leven die ik in de dorpen temidden van boeren doorbracht.’ Waar ik me iets bij kan voorstellen. Hij weigerde op te treden in Duitsland en in de jaren dertig werd zijn muziek als entartet gebrandmerkt. Zijn moeilijk toegankelijke werk vond letterlijk en figuurlijk geen gehoor in New York, waar hij naartoe vluchtte, eenzaamheid en armoede waren het gevolg. Als tegenprestatie zouden ze daar nu Bartók on Broadway moeten brengen, gebaseerd op de volksliederen. Eenzaamheid, daar kunnen we mee leven, móeten we mee leven zelfs, maar ik teken alvast voor het script, want armoede kan ons allemaal onverwacht en genadeloos treffen. 

Afgelopen donderdag en vrijdag bracht Iván Fischer met het Concertgebouworkest de pianoconcerten. Doorgaans mijd ik concerten van klassieke muziek, vanwege het snobisme en omdat het me meestal na een tijdje begin te vervelen. Muziek kan het beste worden genoten waar ze thuishoort: het zuiden! Tien jaar geleden zag ik in het vroege voorjaar de opera van Palermo uitgaan, genoeg voor een heel leven misschien. En Midden-Europa uiteraard, het hart van het continetn, en het zal geen toeval zijn dat mijn hoogtepunt Don Giovanni in Praag was – als twaalfjarige; het begin van de in mijn geval lange overgang van kindertijd naar wat 'volwassenheid' wordt genoemd.

Enfin, in een interview met Het Parool (21-4-2022) vertelt Fischer dat volgens zijn vader Bartók altijd iets ‘ongemakkelijks’ had: ‘Als je hem ontmoette, wachtte hij altijd met trillende rechterarm totdat de ander zijn hand uitstak. Hij had de wens tot contact, tot communicatie, maar die kon alleen ontstaan als de ander het initiatief nam.’ Kunst begint bij ontoegankelijkheid, die ook ‘medegedeeld’ kan worden door iets wat op het eerste gezicht toegankelijk lijkt (de linkerarm). De jonge pianist Thomas Beijer liet een maand of twee geleden in dezelfde krant weten dat als hij naar een onbewoond eiland zou worden verbannen hij onder andere Blauwbaards Burcht van Bartók zou meenemen. Meestal zijn die rijtjes dusdanig dat je denkt: leuk leuk, ga jij maar naar een onbewoond eiland, maar Beijer zei naar aanleiding van zijn lievelingscomponist Carlo Gesualdo: ‘Hij was ongelooflijk origineel, wat misschien een eufemisme is voor knettergek.’ Origineel wordt in de burgerlijke samenleving als een kwaliteit beschouwd, omdat ze de romantiek heeft geïncorporeerd, maar werkelijke originaliteit leidt veelal tot waanzin, want de oorsprong is verboden gebied.

Blauwbaards Burcht - terwijl ik dit schrijf, beluister ik het voor het eerst - is gebaseerd op een sprookje opgetekend door Charles Perrault (1628-1703) over de rijke hertog Blauwbaard en zijn kersverse jonge bruid, Judith. 'Sprookje' klinkt onschuldig, maar sprookjes waren oorspronkelijk vaak wreed, zo ook dat over de seriemoordenaar Blauwbaard. Vooral vrouwen lijken een fascinatie te hebben voor, om niet te zeggen een klik te hebben met seriemoordenaars, maar dat terzijde, laten we Blauwbaars eens opvatten als het fascisme met het volk als Judith, een Hebreeuwse naam zoals bekend. Samen met haar hebben we al een keer kunnen zien wat verborgen is in het verboden kamertje. Kun je nieuwsgierig zijn naar wat je eigenlijk al weet? Ja, als je zeer naïef of vergeetachtig bent, of als je het gewoon allemaal nog een keer wilt zien - nota bene, het kind wil herhaling: nóg een keer, nóg een keer. Vandaag horen we of de Fransen hun nieuwsgierigheid, waar het ook door veroorzaakt wordt, dus onnozelheid of bloeddorst, weten te bedwingen. Het is Judith of Blauwbaard.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein