Koninkrijk

In een buurt in Londen bij Finchley Road die posh genoemd mag worden; kasten van huizen, veel groen, rust - in de stad is rustig wonen een luxe - Bentleys en Porsches, the beautiful people die op weg zijn naar hun lunchafspraak of iets anders fancy, op zondag dure sportoutfits, want de sportschool is ook een afspraak – de rijken hebben overal dezelfde dress code, dat hebben ze gemeen met de armen – had ik me verschanst in een hotel, een mooi pand maar gedecoreerd met nep chique, zoals in veel bars/restaurants en waarmee sommigen hun huizen plegen in te richten. Er was een kamer voor mij met op de gang een bezemhok als badkamer, maar voor een kameel als ik is het gemakkelijker om door het bezemhok te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk binnen te komen. 

Anyhow, ik werd ontvangen door Martin, een kleine drukke man met kort zwart haar in een nette korte broek en polo. Hij was niet onvriendelijk, maar hij had iets cocky’s. Geen probleem, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. De volgende ochtend deed ik het rustig aan, omdat ik niet echt goed had geslapen. Het was stralend weer, maar ik was weer naar bed gegaan om later wakker te worden door slaande deuren en al snel hoorde ik Martin, hier en daar bevelen uitdelend en iemand anders of een ploeg op te jutten. Toen ik naar buiten kwam, zei hij terwijl hij een handdoek aan het opvouwen was: ‘Zoals je kunt zien, de whole family is chipping in.’ Ik keek rond en zag wat meisjes haastig rondlopen. ‘Zal ik even helpen?’ zei ik, chipping in had ik nog nooit gehoord, maar dat zijn werkwoorden die later van pas zullen komen. Ik meende het half, maar je past je aan aan de lokale omgangsvormen en de situatie. 

Martin was even genuine ontroerd en zei: ‘Je bent zeker dying om naar buiten te gaan?’ Ik kreeg het gevoel dat híj dying was, dus als Martin me had opgedragen om wat bezemhokken schoon te maken, dan had ik het gedaan. Ik zei dat ik wat moe was en toen ik even later wegging, waren ze in de kamer naast me aan het werk. ‘Jullie hoeven mijn kamer niet te doen,’ meldde ik – ik laat mijn kamer nooit doen als het even kan. ‘Je bent de geweldigste gast ooit,’ zei Martin, ‘je wilt helpen én we hoeven je kamer niet te doen.’ Hij gaf me een boks. Geen romantische klik, een puur praktische, maar al dat geneuzel over die romantische klik altijd, dit is al heel wat waard. 

Bij het uitchecken de volgende dag vroeg ik Martin naar de stand van zaken en hij zei dat het in de weekends altijd druk was, maar nu ook doordeweeks. ‘Dat is goed en slecht tegelijk,’ analyseerde ik. En zo was het precies. Zijn vrouw kwam erbij staan, ze lachte. In de hoop iets van hun last te hebben weggenomen ging ik ervandoor. Sommige houders van hotels, pensions of b&b’s vergeet je meteen nadat je de deur achter je hebt dichtgedaan, maar Martin zal ik nooit vergeten.

Die avond bij de Pret op Gatwick Airport liep ik naar een jongen achter de kassa. ‘How are you?’ zei ik ter begroeting. Hij lachte even verbaasd en zei met zwaar Aziatisch accent, hij kwam uit China volgens mij: ‘Good, and with you?’, en bij het opnemen van de bestelling, een earl gray thee, werd het me duidelijk dat hij een trainee was, en helemaal toen iemand met nauwelijks ingehouden wellust zei nadat de jongen bij een andere bestelling iets verkeerds had gedaan: ‘Now we can’t be friends anymore.’ Ik had weer een klik, wederom niet puur romantisch, en ook niet praktisch, platonisch. Maar even puur praktisch beschouwd, gezien de verschuivende wereldeconomie zal het niet aan jou zijn of er sprake is van vriendschap is of niet, in het nieuwe Empire wordt er slechts voor jou bepaald welke gradatie voetveeg je zult zijn – als ik de jongen even als een pion gebruik, dat wil zeggen als metafoor. Niets nieuws onder de zon. De vraag blijft: waar is of blijft het, om niet te zeggen ons koninkrijk? De hoofdletter maakt verschil of dit romantisch moet worden opgevat of niet – alhoewel? Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten misschien. 





Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein