Ornithologie

Het festivalterrein van Punk Rock Raduno bij Edonè in Bergamo zit en staat ’s avonds vol met punkers. De sfeer is vredig. Geoff Palmer staat op het kleine podium en speelt ‘I Like Murder Too’, een songtitel die bewijst waarom ik van punk houd, niet omdat ik van moord houd, maar we moeten ons dat wel kunnen voorstellen. Om je voor te stellen dat je van bordkarton bent, is er de meeste popmuziek. Er zijn ook opvallend veel kinderen op het festival. Sommige baby’s, in de armen van vaders of in de kinderwagen, al dan niet slapend, hebben een koptelefoon op. Er is hoop. ‘Dat is geen silent disco,’ zegt mijn zus. We besluiten wat te eten. Zij neemt gnocchi en ik een hamburger, want de oppervlakte is bij mij niet moeilijk te vinden. We zitten aan een lange tafel met vier aardige mannen uit Bergamo. Het blijken ornithologen. ‘Wat zijn ornithologen ook alweer?’ vraag ik aan mijn zus. ‘Birdwatchers,’ zeggen ze. Wij verklaren ons ook nader. De woordvoerder van de club bestudeert ons nader: ‘Weten jullie heel zeker dat jullie broer en zus zijn?’ Ik excuseer me lachend en met mijn handen wapperend voor mijn verschijning. Ik had er al aan moeten wennen langzamerhand, en ik ben geen narcist, maar het doet elke keer weer een beetje pijn. Volgende keer laat ik mijn zus gewoon thuis, al straalt haar schoonheid ook op mij af natuurlijk, zo zijn wij mensen.

Als het eten er is, vraag ik haar: ‘Wat vind je het belangrijkst in een man?’ ‘Humor,’ zegt ze direct. Ik neem verlekkerd een hap van mijn sappige, gepeperde hamburger. Overal is hoop te ontdekken, je moet alleen soms goed zoeken, want als het maar even kan, probeer ik mezelf op humor betrappen. ‘En als die man lelijk is?’ Dan gaat het feest niet door, verklaart ze. ‘Ik leg de lat hoog,’ licht ze toe en ze roert vervolgens in haar gnocchi met tomatensaus. ‘Lekker?’ vraag ik. Mijn zus is waarschijnlijk niet de uitzondering. Het heeft weinig zin op deze plek, maar bij dezen roep ik de dames op om de lat af en toe even wat lager te leggen, vooral als het gaat om berooide en vereenzaamde poëten. Ik ben van plan om op niet al te korte termijn met dichtbundels van mezelf rond te lopen bij gelegenheden met een briefje waarop staat: ‘Hierin staat alles wat je over me moet weten, en het is nog aardig verwoord ook, beter dan ik ooit zou kunnen als we nu in gesprek gaan, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik ben zo weer terug. Wat geld is ook goed. Dank je.’ Een beetje zoals zigeuners in Italiaanse treinen die een bedelbriefje neerleggen op de stoel voor je en vijf minuten later weer komen langsrennen. 

We maken een rondje over het festivalterrein. ‘Ze denken natuurlijk dat we een stelletje zijn,’ zegt mijn zus, want ze speurt naar leuke vrouwen voor mij; niet alle stelletjes lopen hand in hand natuurlijk. Twee T-shirts van mij waren vooraf afgekeurd - twee gaten onder de oksels en te klein en de andere zwarte had vreemde witte strepen. Voor het podium zeg ik de mensen om me heen observerend: ‘Mensen zijn gewoon dieren, hè.’ Iets wat we soms plegen te vergeten. We maken weer een wandelingetje. ‘Zijn die vogelaars er nog?’ vraagt mijn zus als we langs de lange tafels lopen. Een prachtige zin, waaruit blijkt dat er wel degelijk een bloedband tussen ons bestaat. Met mijn adelaarsblik speur ik over de tafels. Ergens na tienen gaat ze terug naar de albergo. ‘Ik heb talkpoeder nodig,’ zeg ik bij de poort. Ten overstaan van familie kun je alle schaamte laten varen.

Als de vreedzame, ik zou bijna zeggen lieve carabinieri hebben geholpen met het bestellen van een taxi zwalk ik wat over het terrein met een biertje in mijn hand. Ook de punkers leggen de lat hoog, maar er is altijd nog de muziek. The Methadones zingen in 'Falling Forward': There's a part of me that died for the millionth time / But I guess that's the way it goes /Because I want you for myself I destroy my mental health / I'm hoping you can't see it show / I am falling from the stars/ hurts like a hammer to the heart / As the shortness of my breath proves to be meaningless / I am all alone-falling forward this time. Ik loop onder de cipressen, de maan is nagenoeg vol, en probeer sterren te ontwaren. Dan vraag ik hardop met de blik op mijn voeten: ‘Waar zijn de ornithologen?’ En even kijk ik op naar de hemel denkend dat ze een grapje hebben gemaakt: ze waren op zoek naar birds. Net als hoop zijn verbeelding en ironie ook overal te vinden.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein