J.B.

Afgelopen woensdag moest ik in Perdu voordragen tijdens een dichtersavond van Overamstel. Het was feitelijk de eerste keer dat ik afgezien van gelegenheden als een boekpresentatie, een gedichtenwedstrijd, een huwelijk en een begrafenis eigen werk voordroeg. Een theater is toch anders en het was dan ook even uitvogelen op welke manier voor te dragen. Eerst had ik ook het idee om aan het begin een doos kersenbonbons te laten zien met de mededeling: ‘Poëzie en dus ook de producenten ervan moeten verleidelijk zijn, daarom heb ik deze meegenomen.’ Om ze vervolgens rond te laten gaan, maar dat idee liet ik varen, een mens moet ook niet al zijn fantasieën in praktijk willen brengen, wat overigens de werktitel is van een toekomstige bundel naar analogie van Een mens moet ook niet alles willen weten.

Verder niet al te lang over nagedacht over de stijl van de voordracht: gewoon mijn obsessieve zelf laten spreken en dan vermoedt het publiek dat het urgent is, leek me. Dat paste ook bij de inhoud, ik las de helft van mijn gedicht ‘Zonnestraaltje’ uit Profane verlichting (reclame) voor, over een open podium voor dichters in een Rotterdams café, waarin de zin ‘Jij bent mijn zonnestraaltje’ een belangrijke rol speelt, dat stond op het eerste kaartje van een stalker. Tijdens de voordracht keek ik het publiek nauwelijks aan, want het publiek in theaters is er meer dan andere soorten publiek eropuit om je te verorberen. Gelukkig gaat een obsessie goed samen met autisme. Af en toe slingerde ik een blik in het publiek als was het vlees voor een roedel wolven. 

Naderhand kwam een enthousiaste man naar me toe die vroeg of ik wat in zijn exemplaar van mijn boek wilde zetten. Hij had de bundels van alle dichters gekocht, ik had hem al zien rommelen bij zijn tas, en wilde me al op hem werpen om te vragen of ik er misschien wat in moest zetten. Even leek hij toen mijn bundel ongesigneerd in zijn tas te willen stoppen, maar het kwam dus allemaal op zijn pootjes terecht. De man genaamd J.B. (sic) was de eerste die me bij een échte voordracht om een signatuur had gevraagd. Daarom schreef ik: ‘Beste J.B., jij bent mijn zonnestraaltje.’ Er was natuurlijk ook de duistere kant van die regel, je moet als schrijver de lezers ook een beetje afschrikken. Afgezien daarvan zal ik J.B. nooit vergeten, zoals ik mijn eerste liefde nooit zal vergeten.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Crème brûlée

Mazzel tov

Sonnenschein